BRIEFJE aan een CASTUS DAME,
Mejuffrouw,
Ik heb vernomen , dat gij U van alle vrouwen laat beminnen door Uw onbesproken gedrag met altijd te werken tot nut van Uw huishoudingen tot eigen vermaak, dewijl de werkeloosheid als de pest te mijden is ; Uw zachtzinnigheid lokt een ieder aan ; Uw kontschappen voldoen een ieder, Uw huis is een kerk en is voor ieder open om vrij daar binnen te komen en om Uw redelijke lessen te mogen hooren.
Gij zoekt alle menschen te voldoen, voornamelijk jonge dochters tot een voorbeeld van deugd te verstrekken, Manspersonen komen niet in uw huis , of zij vinden zich verplicht U altijd te eeren ; bedrukte lieden vinden U altijd gereed om ze met een goed hart met Uw middelen te hulp te komen, ja! zelfs de behoeftigste te bedienen. De hoogmoed heeft geen plaats in Uw hart. Die schandelijke hartstocht is van U geweken.
Uw nederigheid is zoo groot, dat Gij steeds altijd onder de armste te vinden zijt, die gij tot deugd geleidt, en Gij schept daarin Uw grootst vermaak. Uw mond houdt door haar welsprekendheid ieders ooren open, de oogen gesloten om den zeer aangenamen dauw , die van Uw lippen vloeit ongestoord , en met meer oplettendheid te ontvangen. Ik hoop medegelegenheid te hebben Uw lessen te hooren , en het vermaak te hebben van U eens naar mijn lust te getuigen, wat achting voor U in mijn hart woont, en deze te gebruiken om de vrijheid, die Ge mij wilt toestaan, in het Rotterdamsche, met allen eerbied uit te nodigen met mij het Gala stralend te komen bezoeken.
Ik ben van harte
Uw arena dienaar,
Wouter J. Verheul